Het is een mooie zonnige dag in Buitenhof. Overal spelen kinderen en wandelen mensen op straat. Een verrassing voor studente Wieke Jansen, die voorafgaand aan de wandeling een lezing had over de buurt met veel cijfers over armoede en criminaliteit. “Ik schrok van die cijfers, ze gaven me een vooroordeel over de wijk. Ik woon zelf sinds kort in Voorhof en kende Buitenhof niet, maar verwachtte een heel ander soort Delft. Toen we eenmaal met de meiden door de straten liepen was dat vooroordeel meteen verdwenen.”
Op pad door de wijk.
Ook student Reinout Spanjers vond het gezellig op straat. “Ik besef wel dat zo’n sfeer in het donker totaal kan omslaan. Ik ben zelf vooral benieuwd waar dat kantelpunt zit. Is dat de schemering of al eerder?” De meiden vertellen dat het bij een houten speeltuin, omgeven door struiken en bomen niet altijd even veilig voelt. “Er zijn verhalen over kinderen die hier ontvoerd zijn en als ik hier in het donker langs moet, ren ik altijd zo snel mogelijk.”
Ze zijn alle drie twaalf en wonen in de wijk. Met rode en groene vlaggen mogen ze aangeven welke plekken ze fijn vinden en welke niet. Afval en rondslingerende boodschappenwagens worden meteen rood gemarkeerd. Het is een methode van onderzoekers Erwin van Tuijl en Giovanna Smit, die onderzoek doen naar de bereikbaarheid van Delft-West. Ze spreken al een jaar met bewoners over knelpunten en fijne plekken in de verschillende buurten. Toen ze hoorden van de wandeling met de jonge meiden wilden ze graag aanhaken. “Deze doelgroep hebben we nog niet zo uitgebreid gesproken”, vertelt Erwin.
Met groene en rode vlaggen geven de meiden aan welke plekken ze fijn en minder fijn vinden.
Het is een beetje overweldigend voor de twaalfjarigen. Twee studenten, twee onderzoekers, hun eigen begeleider en ook nog een fotograaf. Een beetje schichtig kijken ze tijdens de wandeling om zich heen. “Wie ziet ons hier en wat betekent dat voor ons?”, lijken ze te denken. Het gaat volgens hen dan ook niet zozeer over plekken die onveilig zijn, vooral over de mensen die op die plekken zijn. Ze ontspannen als de groep terugwandelt naar de Buurtfabriek. Binnen pakken de studenten hun schetsspullen en proberen ze met behulp van de aanwijzingen van de meiden in een half uur een schets te maken van de buurt met volgens de meiden positieve veranderingen.
Reinout schetst op aanwijzing van een van de meiden.
Ze bedenken samen onder andere een ondergrondse parkeerplaats met daarbovenop een park, een bredere stoep in plaats van parkeerplaatsen, picknicktafels en een verplaatsbare matchabar, die door de wijk rijdt. “De tijd met de meiden was eigenlijk te kort om iets heel concreets te ontwerpen”, vertelt Reinout. Hij had verwacht met wat oudere meiden te praten en iets dieper op het veiligheidsonderwerp in te gaan. “Ik heb me hiervoor aangemeld omdat ik door gesprekken met mijn zussen en vriendinnen weet hoe vervelend het kan zijn om je onveilig te voelen op straat. Ik wil leren hoe we het als samenleving veiliger voor hen kunnen maken.”
Wieke laat haar schets aan de meiden zien.
Wieke is om dezelfde reden meegegaan. “Je leert als vrouw al vroeg om bepaalde situaties te vermijden. Dat zou niet zo moeten zijn.” Ook zij had verwacht met oudere meiden te spreken. “Met deze jonge doelgroep zien we een hele andere invalshoek, die nog veel meer met speeltuinen te maken heeft. Ook interessant, maar niet helemaal wat ik me had voorgesteld.” Ze hopen allebei dat dit onderwerp belangrijk blijft tijdens de volgende POW (Persoonlijk Ontwikkelweek) en dat het lukt om aan te sluiten bij een activiteit met meiden die iets ouder zijn om nog meer over veiligheid te kunnen praten.